Bernina Express: visueel spektakel

Van Zwitserse gletsjers tot Italiaanse palmen

Bij veel reisliefhebbers staat een rit met de Bernina Express hoog op het verlanglijstje.

Tijdens deze tot de verbeelding sprekende treinreis voltrekt zich een metamorfose van Zwitserse alpengletsjers naar Italiaanse palmen. 

Vertrek vanuit het Italiaanse Tirano

Reizen langs Rivieren maakte een deel van deze bijzondere tocht met de welwillende meewerking van de Rhätische Bahn, de Zwitserse spoorwegmaatschappij die de Bernina Express al meer dan vijftig jaar exploiteert.

Het verkeer in Tirano wordt stilgelegd als de trein de rotonde in het centrum oversteekt.

Op het hoogste punt van het traject op de Berninapas bevindt zich een continentale waterscheiding. Langs de noordelijke helling stroomt het water van de Ova da Bernina via de Inn in Zwitserland en Oostenrijk naar de Donau, die uitmondt in de Zwarte Zee.

Op de zuidzijde vloeit de Poschiavo-rivier via de Italiaanse Adda en de Po naar de Adriatische Zee.

Zonder tandrad

De Bernina Bahn is de hoogste Europese spoorweg zonder tandrad-aandrijving en verbindt het Zwitserse Chur en Sankt Moritz met het Italiaanse Tirano.

Bij de aanleg in het begin van de vorige eeuw werd al ingespeeld op de toeristische aantrekkingskracht door de spoorbaan over de 2.253 meter hoge Bernina-pas te laten lopen. 

Bij Brusio overbrugt de trein op een spiraalviaduct op korte afstand een hoogteverschil van tien meter.

Minder tunnels

Doorgaans worden treinverbindingen via tunnels onder bergpassen aangelegd, maar om de reizigers zo optimaal mogelijk van de omgeving te laten genieten, is het aantal tunnels op het Bernina-traject bewust zo beperkt mogelijk gehouden.

Helling van 7%

Vanzelfsprekend heeft dit ook consequenties voor de hoogteverschillen die de trein via ruime haarspeldbochten moet overbruggen.

Het steilste stuk heeft een stijgingspercentage van 7% en bevindt zich op de zuidelijke helling. 

De panorama-rijtuigen bieden ruim zicht op het landschap

Spiraalviaduct

Op het spectaculaire spiraalvormige viaduct van Brusio overwint de trein over een korte afstand een hoogteverschil van tien meter.

Door het stijgingspercentage zo laag mogelijk te houden, is voorkomen dat op sommige plekken een tandradspoor moest worden aangelegd. 

Panorama-rijtuigen

De Bernina Express rijdt met panorama-rijtuigen, waardoor de reizigers optimaal kunnen genieten van het uitzicht. 

En dat uitzicht is vrijwel gedurende de gehele route ronduit spectaculair, zo ervaarden wij tijdens de reis van Tirano naar Sankt Moritz.

De tocht is een visueel spektakel op zowel letterlijk als figuurlijk hoog niveau.

Zicht op de Palü-gletsjer

Rode rups

Bij wijze van voorproefje hadden wij de doorsteek vanuit Italië naar Zwitserland al eerder per camper over de weg gemaakt.

Tijdens een groot deel van de route kan de Bernina Express op de voet worden gevolgd en is te zien hoe de trein als een rode rups door het berglandschap kruipt.

Ook in winter

De dienstregeling voorziet in een ononderbroken schema; ook in de wintermaanden, als het hoogste deel van de route volledig onder een dikke sneeuwlaag rust.

Met behulp van speciaal hiervoor ontworpen materieel houdt de Rhätische Bahn het spoortraject permanent ijs- en sneeuwvrij. 

Tijdens een tussenstop in Alp Grüm kunnen de reizigers extra genieten van het zicht op de Palü-gletsjer.

Onderbrekingen

Wie het adembenemende gebied dat de trein doorsnijdt beter wil leren kennen, kan het traject van de Bernina Express ook volgen met de regionale treinen van de Rhätische Bahn.

Deze rijden in een hoge frequentie en stoppen op alle stations langs de route, waardoor lange onderbrekingen voor bijvoorbeeld wandelingen kunnen worden ingepast.

Bij het Lago Bianco bereikt de trein op 2.253 meter het hoogste punt van het traject.
Langs het Lago Bianco verwijst een bord naar een continentale waterscheiding.
Over de noordelijke helling stroomt de Ova da Bernina via de Inn en de Donau naar de Zwarte Zee.
Aan de zuidzijde belandt het water van de Poschiavo via de Italiaanse Adda en de Po in de Adriatische Zee.
Na het Lago Bianco daalt de Bernina Express af naar Morteratsch.
Blik op de Morteratch-gletsjer
Kort voor het station Morteratsch. Onder de brug stroomt de Ova da Morteratsch.
Op de retourroute van Sankt Moritz naar Tirano met de regionale trein van de Rhätische Bahn maken we een lange tussenstop voor een wandeling naar de Morteratsch-gletsjer.
Het smeltwater van de Morteratsch-gletsjer vormt de Ova de Morteratsch, die uitmondt in de Ova da Bernina. Deze rivier stroomt in Zwitserland in de Inn.

Meer specifieke informatie over de Bernina Express, zoals de dienstregeling van de trajecten en tickets wordt verstrekt op de speciale website van de Rhätische Bahn.

Kander gevaarlijke gletsjerrivier

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 5-KANDER-Brug-Bahnhofstrasse-Kandersteg-1024x749.jpg

De bijna 47 km lange Kander ontstaat in het Zwitserse Berner Oberland op 2.180 meter hoogte uit het smeltwater van de Alpetli-gletsjer en mondt uit in de Thunersee. 

Door de grote hoeveelheid water en hoge stroomsnelheid staat de rivier te boek als gevaarlijk.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 2-KANDER-GE-Alpetli-gletsjer-1024x744.jpeg
De Alpetligletsjer © Google Earth
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 3-KANDER-bovenloop-1024x750.jpeg
De bovenloop van de Kander.

De gletsjer is het onderste deel van het Blümlisalpmassief, waarvan de hoogste top zich op 3.661 meter bevindt. 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 4-KANDER-Gasternholz-begin-Gasterntal-Foto-Adrian-Michael-1024x662.jpeg
Het begin van het door de Kander uitgesleten Gasterntal. © Adrian Michael

Kandersteg

De naam van het vakantiedorp Kandersteg verwijst naar de rivier en de brug (de Steg) die de rivier hier sinds mensengeheugenis overspant. 

In de wintermaanden wordt in deze omgeving volop geskied en ’s zomers trekt de regio vooral wandelliefhebbers. 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 5-KANDER-Brug-Bahnhofstrasse-Kandersteg-1024x749.jpg
De Kander vanaf de brug in de Bahnhofstrasse in Kandersteg.

Lötschbergtunnels

Kandersteg ligt aan de noordzijde van de Lötschberg-Scheiteltunnel, die het dorp met het 15 km verderop gelegen Goppenstein verbindt. Op dit traject rijdt ook de autotrein tussen beide plaatsen. 

Vierhonderd meter onder deze tunnel is de bijna 35 km lange Lötschberg-basistunnel aangelegd. Sinds 2008 sluit deze in het Rhônedal aan op de Simplonspoorlijn naar Italië.

Uur sneller

De basistunnel heeft een capaciteit van 30 reizigerstreinen per dag en is zo gebouwd dat deze er kunnen rijden met een snelheid van 250 km per uur. De reistijd tussen Noord- en Zuid-Zwitserland is daarmee met een uur gereduceerd. 

Noodstation

Ter hoogte van Ferden ligt een noodstation waar de trein langs een 473 meter lang perron tot stilstand kan worden gebracht en reizigers het complex via een tunnel kunnen verlaten.

In Frutigen staat permanent een reddingstrein die de tunnel in kan rijden om een eventuele brand te blussen en passagiers te evacueren.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 6a-KANDER-Autotrein-1024x594.jpg
De autotrein tussen Kandersteg en Goppenstein.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 6b-KANDER-Autotrein-1024x575.jpeg
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 7-KANDER-vanuit-autotrein-1024x731.jpg
De Kander vanuit de autotrein.

Langste kabelspoorweg van Europa

Vanuit Mülenen loopt de Niesen Bahn, de langste kabelspoorweg van Europa. Eindpunt is de Niesen Kulm die op 2.336 meter hoogte een wijds uitzicht biedt op de Thunersee.

Helling van 68%

Vanaf het tussenstation Schwandegg (1.669 meter) tot aan de top heeft het traject een maximale hellingsgraad van 68%. 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 8-KANDER-bij-Mulenen-1024x719.jpg
De Kander bij Mülenen
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 9a-KANDER-Niesenbahn-postzegel-864x1024.jpg
In 2010 is de Niesen Bahn door de Zwitserse Post geëerd met een speciale zegel.

Langste trap

Naast het spoor bevindt zich volgens het Guinness Book of Records ‘de langste trap ter wereld’.

Jaarlijks vindt op de 11.674 treden de Niesen-Treppenlauf plaats. In 2011 werd een recordtijd genoteerd van 55 minuten.

Via zigzaggende paden is de top ook wandelend te bereiken. Hiervoor staat gemiddeld vijf uur. 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 9b-Top-Niesen-Bahn-1024x487.jpg
Kort voor de top overwint de Niesen Bahn een hellingsgraad van 68%.  © Marco Beierer

Onbevaarbaar

Tijdens het traject van bron tot monding wordt de Kander gevoed door 29 zijbeken en rivieren.

Deze flinke toestroom zorgt ervoor dat de rivier vooral in de benedenloop vrijwel altijd goed is gevuld en door het snelstromende water te boek staat als een gevaarlijke en grotendeels onbevaarbare rivier.   

Ongeval

De Kander kwam in het voorjaar van 2008 in het nieuws toen vijf Zwitserse militairen een poging de rivier met rubberboten af te varen moesten bekopen met de dood.

Dit ongeval gebeurde bij Wimmis, waar de zijrivier Simme in de Kander vloeit.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 10-KANDER-delta-1024x972.jpeg
De Kanderdelta in de Thunersee bij het dorp Einigen  © Google Earth

Het laatste deel van de rivier is gekanaliseerd en eindigt via een delta in de Thunersee.

Vóór deze ingreep in het begin van de 18de eeuw stroomde de Kander iets voorbij de stad Thun rechtstreeks in de Aare. 

Rijkdom en rampspoed in waterrijk Zwolle

Zwolle ligt in 1825 nog aan de Zuiderzee (© Historische Wateratlas -WBOOKS)

Eiland in delta van drie rivieren

De royale aanwezigheid van water rond Zwolle heeft deze stad door de eeuwen heen zowel rijkdom als rampspoed gebracht.

Sinds de aanleg van de Afsluitdijk en de inpoldering van de Noordoostpolder is de dreiging vandaag de dag een stuk minder dan vroeger.

Toch blijft Zwolle kwetsbaar bij hoge waterstanden in de IJssel, de Vecht of het Zwarte Water. 

De Stadsgracht in Zwolle staat in open verbinding met de IJssel, de Vecht en het Zwarte Water.
De Stadsgracht ter hoogte van Museum de Fundatie.
De Stadsgracht vanaf de Potgietersingel.

De stad ligt op het laagste punt van Overijssel in een delta waar ooit drie rivieren in zee stroomden. In het begin van de vorige eeuw liet de kaart van Nederland nog een Zuiderzee zonder Afsluitdijk zien.

Ramp van 1916

In de tweede week van januari 1916 wordt Zwolle getroffen door een watersnoodramp.

Een zuidwesterstorm jaagt het zeewater ver stroomopwaarts de IJssel in.

De al sinds de Middeleeuwen welvarende Hanzestad is goed beschermd tegen vijandige legers én het water. Maar zelfs het degelijke stelsel van grachten en dijken blijkt niet bestand tegen deze natuurramp.

Het water dringt de binnenstad in en werpt schepen op de kade en in tuinen van de statige villa’s. 

Langs de Thorbeckegracht hebben sommige panden nog gleuven voor schotten die bescherming bieden bij hoogwater in de Stadsgracht.

1825

Al eerder is Zwolle regelmatig getroffen door hevige wateroverlast.

Zoals in de nacht van 3 op 4 februari 1825.

Een zware noordwesterstorm in combinatie met een springvloed zet dan  het gehele kustgebied blank.

In Overijssel breken tientallen dijken door en verdrinken meer dan 300 mensen.

Als ook de dijken rond het Zwarte Water bezwijken, stroomt de complete stad Zwolle onder en en moeten mensen op de daken van hun woningen klimmen om aan de verdrinkingsdood te ontsnappen.

Het levert taferelen op die vergelijkbaar zijn met de Watersnoodramp van 1953. 

De IJssel heeft tegenwoordig op verschillende plaatsen meer ruimte bij hoogwater. Zoals hier bij de Vreugderijkerwaard, noordelijk van de stad Zwolle (© Historische Wateratlas NL – WBOOKS)

Kwetsbaar

Uiteindelijk zal de Zuiderzee worden getemd door de aanleg van de Afsluitdijk in het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw.

Na het gereedkomen van de Noordoostpolder is Zwolle – evenals  Dordrecht – een eiland in een delta van drie rivieren.

Als het water in de IJssel, de Vecht, of het Zwarte Water hoog staat, dan stijgt het ook in de Stadsgracht. Daardoor blijft Zwolle kwetsbaar.

Superkolk

De gemeente voert een actief beleid om het water in en om de stad ook in de toekomst onder controle te houden.

Een spectaculair voorbeeld is de aanleg van een zogeheten superkolk. Onder het Stationsplein is een fietsenstalling gebouwd die niet alleen ruimte biedt aan 5.800 tweewielers, maar bij extreme wateroverlast ook fungeert als een reusachtige doucheput.

De superkolk op het Stationsplein.

Het overtollige water op het wegdek wordt ondergronds opgevangen in filtratiekratten met overloopmogelijkheid naar de fietsenstalling.

‘Deltawerken zijn nog niet af’

Foto © Dirk Hol

Brabantse akkerbouwer pleit voor sluizen in Nieuwe Waterweg en Westerschelde

Volgens akkerbouwer Piet Hermus uit het Brabantse Zevenbergschen Hoek zijn de Deltawerken pas voltooid na de bouw van sluizen in de Nieuwe Waterweg en de Westerschelde.

De haven van Antwerpen zou in zijn optiek moeten worden verplaatst naar de Noordzee.

Hij poneert zijn opmerkelijke visie in het agrarisch weekblad Nieuwe Oogst.

Piet Hermus koppelt dit pleidooi aan de Watersnoodramp, die zich zeventig jaar geleden voltrok. Hij schrijft:

Herstel kost tijd

“Tot bijna bij Den Bosch braken dijken. 1.836 doden waren te betreuren, naast al dat verzopen vee, kapotte huizen en boerderijen, 165.000 hectare zout geworden verdronken land.

Iets anders dan gerst was het eerste jaar daarna niet te telen. Herstel kost tijd en daarmee vergeet men zelfs rampen.

Meer weerbaarheid

In mijn dorp Zevenbergschen Hoek was er in 1940 en 1944 oorlogsschade en in 1953 het water. Elders in den lande heeft men zoiets, zo vaak en veel, nooit meegemaakt.

Ik neem het hedendaagse zogenaamde leed van veel mensen deels met een flinke schep zeezout.

Ik wens meer weerbaarheid, minder weekdierengedrag bij iedereen, boer en burger met alle politici erbij.

Verspilling

Na de Watersnoodramp kwamen de Deltawerken om gebieden veilig te stellen en werd bijna alle rivierwater van de Maas en de Rijn via de Nieuwe Waterweg buitengaats geleid.

Hierdoor is dit een spuigat geworden waar het schaarse zoete water vrijelijk verspillend de zee inspoelt.

Rotterdam legde zijn grootste zeehavens in zee, de opgespoten Maasvlaktes, om de grootste schepen te lossen. Het argument om de Nieuwe Waterweg open te moeten houden vervalt hiermee.

Stormvloednooddeurtje…

Ik pleit voor een echt volwaardige zeesluis, dus niet dat huidige stormvloednooddeurtje bij Hoek van Holland.

Het schaarse zoete water kan dan weer richting Zeeuwse delta lopen en beschikbaar komen voor landbouw. Plus zo’n zeesluis houdt de oprukkende verzilting beter tegen.

Veiliger

Pak gelijk de Westerschelde mee, leg tussen Breskens en Vlissingen een dam met ruime zeesluis en verplaats de Antwerpse zeehaven ook echt in zee.

De Westerschelde kan dan zijn natuurlijke diepte van -8 meter weer aannemen en niet de huidige, uitgediepte stand van -18 meter.

Antwerpen ligt veiliger en het zoete water kan beter worden vastgehouden in hete, droge zomers, ook op de zandgronden van Noord-Brabant, Oost-Nederland en Vlaanderen.

Beide landen blij

Zowel de natuur als de landbouw hebben er dan baat bij en beide landen zijn blij.

Breng in de winter het in lagere delen overtollige zoete water naar het zomers droge zand en pak ook gelijk de tunneltjes in het bebouwde gebied aan.

Maak daar bruggen van, zodat onderbemaling niet nodig is.

Kijk, dit is pas klimaatadaptatie in de strijd tegen de klimaatverandering. Als dat gebeurt, dan zijn de Deltawerken af.”

Fiumelatte stroomt slechts half jaar

Mysterieuze herkomst kortste rivier Italië

Op een steenworp afstand van het toeristische stadje Varenna dendert een smalle bergstroom met hoge snelheid en veel geraas in het Comomeer. Door de lengte van nauwelijks 250 meter wordt de Fiumelatte hier met trots als de kortste rivier van Italië gepromoot. De naam is afgeleid van de melkachtige kleur die het riviertje in het steile verval van gemiddeld 36 graden aanneemt.

Slechts half jaar actief

De herkomst van de ‘melkrivier’ is een nog altijd niet geheel opgehelderd mysterie. Het fenomeen is extra interessant doordat de Fiumelatte slechts periodiek actief is.

Meestal in de tweede helft van de maand maart begint het riviertje hoog boven het gelijknamige dorp plotseling met grote kracht te stromen om in het begin van de herfst weer even abrupt op te drogen. 

Ondergrondse bron

In het ‘actieve’ seizoen wordt het riviertje voor het eerst zichtbaar als het water uit een opening in het Grigna-gebergte spuit.

Gemakshalve wordt deze plek als de bron aangewezen, maar die bevindt zich vrijwel zeker vele kilometers eerder ondergronds.

Leonardo da Vinci

De herkomst van het Fiumelatte-water houdt onderzoekers al eeuwenlang bezig. Ook kunstenaar annex wetenschapper Leonardo da Vinci was erdoor geïntrigeerd.

Hij noemt de Fiumelatte in zijn befaamde ‘Codex Atlanticus’, een tussen 1479 en 1519 opgestelde beschrijving van uiteenlopende onderwerpen, waaronder vliegkunst, opmerkelijke uitvindingen, wiskundige en geologische fenomenen.

Da Vinci verrichtte zelf hoog in het Grignagebergte onderzoek in de omgeving van de mogelijke bron van de Fiumelatte zonder overigens tot een afrondende conclusie te komen. 

Onderaardse verbinding

Ook na hem hebben talloze speleologen geprobeerd het mysterie op te helderen.

Door een test met een gekleurde vloeistof is inmiddels vast komen te staan dat er inderdaad een onderaardse verbinding bestaat tussen een gletsjerkom en de plek waar de Fiumelatte tevoorschijn komt uit het gebergte.    

De plaats waar de Fiumelatte voor het eerst in de buitenlucht verschijnt, is bereikbaar via een prachtige wandelroute vanuit het centrum van Varenna.

Een langzaam omhoog lopend bospad eindigt na ongeveer 20 minuten bij een picknickplaats. 

Een smalle ijzeren brug en een metalen trapje voeren tot de plaats waar het water uit een door tralies afgezet gat met grote kracht naar buiten stroomt.

In het najaar valt de Fiumelatte droog

Langs de rechteroever van de Fiumelatte loopt een tamelijk steil wandelpad. Na een doorgang onder de spoorlijn leidt een brug in het gelijknamige dorpje naar de linkeroever en stroomt de rivier in het Lago di Como.

De truffel onder de hammen

Als liefhebbers van bijzonder voedsel, trekken we ruim de tijd uit voor de nadere kennismaking met één van de smakelijkste lekkernijen die de Povlakte voortbrengt.

Wij zijn hiervoor naar Polesine Parmense gereisd. Dit dorpje op de rechter Po-oever tussen Cremona en Casalmaggiore is één van de twaalf dorpen in de streek waar de Culatello di Zibello mag worden geproduceerd.

Cultatello rijpt onder invloed van de Po

Gastronomische experts rangschikken de Culatello ham als het smakelijkste deel van het varken. Volgens sommigen verbleekt zelfs de fameuze Prosciutto di Parma erbij. De boeren in de regio Zibello doen daar graag nog een schepje bovenop en spreken liefkozend van ‘de truffel onder de hammen’. 

Al die lovende kwalificaties maken nieuwsgierig. Op het middeleeuwse landgoed Pallavicina gaan we de culatello met eigen ogen aanschouwen én proeven. Hier produceert de familie Spigaroli de hammen al sinds 1850. Aanvankelijk in opdracht van markies Pallavicino en vanaf 1990 zelfstandig. Het landhuis werd ingrijpend gerestaureerd en sinds enkele jaren fungeert het pand als restaurant, waar Massimo Spigaroli de scepter zwaait en culinaire liefhebbers zich kunnen laten verwennen. 

Duizenden hammen in vochtige entourage

Voordat we aanschuiven in de prachtig uitgedoste eetzaal, worden we meegetroond naar de kelders van het pand. Hier hangen duizenden hammen in het halfduister en in een vochtige, bijna muffe entourage aan de plafonds. 

Hier rijpen de ovaalvormige stukken onder klimatologische omstandigheden die als het geheim van de culatello kunnen worden beschouwd. 

Al sinds jaar en dag rijpt de culatello het beste in de directe omgeving van de Po. In de zomer is het hier warm en vochtig, in het najaar hangt er vaak nevel en in de winter is het ronduit koud. Een geopend venster in de kelder laat al die verschillende weertypen het hele jaar door z’n werk doen en de culatello wordt er alleen maar beter van.

Boven baadt het restaurant in het zonlicht. Het perfecte decor voor het ons aanbevolen voorgerecht: de Podia di Culatello.

Op het laagste blokje van het houten mini-podium liggen fijngesneden plakjes van 18 maanden. 

Iets hoger fungeren snijdsels van 27 maanden en op de bovenste trede liggen flinterdunne plakjes die een rijpingsproces van 35 maanden hebben doorstaan. 

Drie verschillende culatello’s, die verrassend verschillend smaken.

Onder de aangename begeleiding van een mooi glas rosé een voorgerecht om bij weg te dromen.

In het hoofdgerecht wordt een gestoomd kippenpootje omgeven door plakjes licht aangebraden culatello en groenten uit de eigen moestuin van het landgoed

Rijpingsproces van 14 maanden tot 3 jaar

De varkens die de culatello leveren, worden na een buitenleven met boordevol natuurlijk voedsel anderhalf tot twee jaar na hun geboorte geslacht. 

Anders dan de Prosciutto di Parma bestaat de culatello niet uit de complete varkensbout, maar uit het binnenste, zachtste en meest malse gedeelte; de rest van het vlees wordt weggesneden. 

De bijna vetloze hammen, die gemiddeld drie kilo zwaar zijn, worden gezouten en gekruid en vervolgens in een blaas verpakt. 

Om de zachtheid van het magere vlees te garanderen moet de culatello rijpen in een vochtige omgeving. De eerste hammen verlaten de kelder na 14 maanden, de oudsten blijven bijna drie jaar hangen.

Omstreden Nijl-stuwdam in Ethiopië geopend

De Grote Renaissance dam in het Ethiopische deel van de rivier de Nijl is op 9 september 2025 officieel ingehuldigd. Het bouwwerk met een lengte van 1,8 km en een hoogte van 145 meter moet Ethiopië op termijn 5.000 megawatt aan elektriciteit gaan opleveren.

Dit zou betekenen dat het land voor een groot deel uit de armoede zal worden gehaald. Ethiopië is het op één na dichtstbevolkte Afrikaanse land, waar bijna de helft van de 130 miljoen inwoners geen toegang heeft tot elektriciteit.

Het megaproject waaraan 14 jaar is gewerkt, heeft een omstreden karakter omdat buurlanden Egypte en Soedan door hun ligging stroomafwaarts vrezen dat het project hun waterbevoorrading zal schaden. De Nijl is de belangrijkste bron voor drinkwater in de regio.

Maatregelen

Met ongeveer 110 miljoen inwoners is Egypte voor 97 procent van zijn waterbehoeften afhankelijk van de Nijl, vooral voor de landbouw. President Abdel Fattah al-Sisi heeft al aangekondigd dat Egypte alle maatregelen zal nemen die het internationaal recht biedt om de watervoorziening van zijn land te verdedigen.

Geen bedreiging

Volgens de Ethiopische premier Abiy Ahmed vormt de Grote Renaissancedam echter geen bedreiging voor Egypte en Soedan. Hij spreekt van ‘een gemeenschappelijke kans’ en wil elektriciteit gaan verkopen aan zijn buurlanden.

Lees ook de reportage De langste rivier van de wereld