Onder schippers staat het deel van de Duitse Rijn tussen Bingen en Sankt Goar bekend als ‘Im Gebirg’, tussen de bergen.
In zijn boek ‘De Rijn. Biografie van een rivier’ schrijft Hans Jürgen Balmes: “Om bij Sankt Goar te kunnen passeren werden in vroeger tijden vrouwen en kinderen van boord gehaald.
De bijna loodrechte hellingen met kliffen en uitstekende rotsplateaus, de scherpe uit het water stekende klippen en eilanden, de zandbanken in de stroming lijken schier oneindig.”


Loodsmuseum
Geïnspireerd door deze waarnemingen streken wij neer in deze regio en zochten in Sankt Goar naar het door Balmes uitgebreid beschreven Warschauer- und Lotsenmuseum.

Wegens personeelsgebrek is deze locatie inmiddels gesloten, maar de auteur wist voor zijn boek een van de initiatiefnemers van het museum te strikken voor een rondleiding.
Friedjo Goedert was een van de laatste loodsen van Sant Goar. Als kind al roeide hij met zijn vader in een sloep naar de grote radarboten, waarvan het roer tijdelijk werd overgenomen.
Over een lengte van achtenhalve kilometer kenden vader en zoon Goedert elke ondiepte en ieder rif.
Vrij uitzicht
Het ‘waarschuwingshuisje’ waarin het voormalige museum is ondergebracht is een kleine ruimte die als een preekstoel recht boven het water hangt, precies op de plek waar een rots zover uitsteekt dat schippers niet door de bocht kunnen kijken.
Vanuit het raam is er echter stroomopwaarts vrij uitzicht op de Loreley en benedenstrooms tot aan Sant Goar en het op de andere oever gelegen Sankt Goarshausen.

Minder schepen
Vroeger waren er nog vier van dit soort waarschuwingsposten die met vlaggen naar de opvarende schepen seinden of er tegemoetkomend verkeer naderde. In de huidige tijd is de situatie aanzienlijk minder risicovol. Onder andere door het toegenomen laadvermogen, waardoor er minder schepen varen.
De voormalige loods rekent Balmes voor dat één duwboot met drie bakken tienduizend ton kan vervoeren. Transport van zo’n vracht per trein zou 250 goederenwagons vereisen of 333 vrachtwagens op de weg.


