Stradivari’s Cremona

Sinds Cremona in 218 voor Christus door de Romeinen aan de oevers van de Po werd gesticht, heeft de stad altijd een speciale band met de rivier behouden.

De Po was lange tijd van belang voor het transport van goederen en speelt nog steeds een rol bij de irrigatie van de omliggende vruchtbare landerijen. 

Tegenwoordig vervult de rivier in Cremona vooral een recreatieve functie. Langs de linkeroever strekt zich het Parco del Po uit, een groot gebied met veel sportieve faciliteiten.

Het historische centrum met het Piazza del Comune als middelpunt is een lust voor het oog. Onbetwiste blikvangers zijn hier de kathedraal en de aangrenzende 111 meter hoge klokketoren Torrazzo.  

Geboorteplaats van vioolbouwer Antonio Stradivari

Cremona geniet sinds de zeventiende eeuw wereldfaam door vioolbouwer Antonio Stradivari.

Zijn naam is nog steeds onlosmakelijk aan de stad verbonden. 

Ateliers en musea

In het voetspoor van de grote meester hebben zich in de loop der jaren talloze vioolbouwers in Cremona gevestigd.

De meeste ateliers liggen op een steenworp afstand van het Piazza del Comune. Aan de Corso Garibaldi trekt het huis waar Stradivari woonde en werkte veel toeristische belangstelling. 

Musea

Wij concentreren ons op de musea waar we zijn werk van nabij kunnen aanschouwen. 

In ‘Museo Stradivari’ komen we oog in oog te staan met gereedschappen, mallen en patronen die verschillende stadia van de bouw weerspiegelen. 

Ook zijn instrumenten tentoongesteld van Italiaanse vioolbouwers vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw.

Veiligheidsmaatregelen

Pogingen om in het museum te fotograferen maken door de permanente aanwezigheid van strenge bewakers weinig kans.

Op het Piazza Comunale worden we bij het betreden van het ‘Gli Archi di Palazzo Comunale’ geconfronteerd met nóg grotere veiligheidsmaatregelen.

Tassen moeten we afgeven en een suppoost gaat mee naar binnen om ons vervolgens geen moment uit het oog te verliezen. 

Kogelvrije vitrines

In kogelvrije vitrines liggen instrumenten die niet alleen zijn gebouwd door Stradivari, maar ook door andere grote meesters uit het verleden.

Zoals Andrea Amati, die wordt beschouwd als de eerste vioolbouwer van Cremona en Giuseppe Guarneri ‘del Gesù’.

Competitie

De Collezione Permanente in het Palazzo Pallavicino Arguzzi wordt jaarlijks aangevuld met violen die gouden medailles winnen tijdens de competitie van de Stradivari Foundation.

Deze prestigieuze wedstrijd is uitgegroeid tot ‘de Olympische Spelen voor vioolbouwers’.

Beleggingsobject

De violen van Antonio Stradivari, waarvan een groot deel nog steeds wordt bespeeld door professionele muzikanten, zijn uitgegroeid tot een gewild beleggingsobject. 

Naam eerste speler

De instrumenten dragen doorgaans de naam van de eerste speler. Zoals de ‘Lady Blunt’, die in 1971 op een veiling bij Sotheby’s meer dan 200.000 dollar opbracht.

In 1998 werd voor de ‘Kreutzer’ bij Christie’s € 1,7 miljoen neergeteld.

Nippon Music Foundation

De grootste collectie van Stradivarius-instrumenten is in bezit van de Japanse Nippon Music Foundation.

Een andere omvangrijke collectie is het eigendom van de koning van Spanje en tentoongesteld in het Palacio Real in Madrid. 

Janine Jansen en André Rieu

De Nederlandse solovioliste Janine Jansen speelt op een Stradivarius uit 1727. Deze ‘Barrere’ heeft zij in bruikleen via een stichting die deze viool via de Stradivari Society aanbood. 

Violist en orkestleider André Rieu is in het bezit van een Stradivarius uit 1667.

Antonio Stradivari aan het werk in zijn atelier 

(Schilderij uit privécollectie van Edgar Bundy)



Po van bron tot monding